Sloppenwijken van Calcutta, 1948.
Een kleine, blanke vrouw gehuld in een simpele witte sari vindt haar weg tussen de scheef hangende krotten, de stroompjes vuil water en de hoopjes afval. Ze lijkt niet terug te deinzen voor de vreselijke stank, de leprapatiënten of de rottende lijken, maar knielt neer bij een zieke om hem uit het felle zonlicht in de schaduw te leggen en zijn wonden te verzorgen. De bewoners van de sloppenwijken zijn verwonderd. Zij, het uitschot van de samenleving – de kastelozen – worden normaal gesproken geschuwd door blanken. Maar deze vrouw, die hun taal vloeiend blijkt te spreken, is anders. Ze helpt moeders bij het wassen van hun baby’s, ze verzorgt zieken en vertelt ze over hygiëne. Deze vrouw is bijzonder, en straalt bij alles wat ze doet. Ze vertelt de sloppenwijkbewoners dat ze namens God komt om hun lot te verlichten.

moeder, theresaWerken onder de armsten der armen
Zo begon Moeder Teresa (1910-1997) haar werk onder de allerarmsten. Het werk waar God haar twee jaar eerder persoonlijk toe geroepen had, en wat voor haar een droom was die werkelijkheid werd. Tijdens haar jeugd in Skopje, Macedonië, had ze al het intense verlangen om God te dienen en wanneer ze achttien is vertrekt ze naar het klooster van Loretto in India. Na haar opleiding tot kloosterzuster geeft ze les op een middelbare meisjesschool. Ze leert vloeiend Hindoestaans en Bengaals spreken, en is geliefd bij de meisjes. Maar buiten de kloostermuren ziet ze steeds meer de onbeschrijfelijke armoede van de kanslozen. Ze verlangt ernaar om tussen hen te leven, voor hen te zorgen en ze te laten zien dat God er ook voor hen is. Het vuur in haar binnenste wordt nog meer aangewakkerd wanneer God haar persoonlijk roept om Hem te dienen onder de armen in de sloppenwijken. Haar meerderen geven haar in eerste instantie geen toestemming om te gaan, het is immers niet gebruikelijk om als onafhankelijke non buiten de kloostermuren te leven. Pas in 1948, wanneer ze 38 is, krijgt ze officieel toestemming om gehoor te geven aan haar roeping. Ze ruilt haar oude habijt in voor een nieuwe, goedkope sari en staat daarmee aan het begin van een tijdperk waarin ze ontelbaar veel levens zal veranderen.

Een leven vol opoffering
Moeder Teresa’s benadering was heel persoonlijk. Ze nam echt de tijd voor mensen. Ze keek hen in de ogen, gaf ze een knuffel of maakte ze aan het lachen. Haar liefde werkte als een magneet. Voor veel meisjes die zich bij haar aansloten, was ze als een tweede moeder. Met haar charisma, organisatietalent en leiderschapskwaliteiten richtte ze de Missionaries of Charity op en opende het ene centrum na het andere voor de verschoppelingen van de maatschappij. Moeder Teresa leefde een leven vol opoffering, zonder luxe, zonder tijd voor zichzelf. Ze was in bezit van een enorme dosis discipline, doorzettingsvermogen en moed. Ze leefde uiterst sober en stelde de ander altijd boven zichzelf. Ze deed haar werk vol overgave en dat alles met een glimlach op haar gezicht. Haar kracht lag in het volledig opzij zetten van zichzelf, en haar volledige vertrouwen op God. Alle lof die ze daarvoor kreeg, wuifde ze weg. “Ik ben slechts een dun potlood, in de hand van de Heer.” Ze zag Jezus in elke persoon die ze tegenkwam en herinnerde zichzelf steeds aan Jezus’ woorden in Matteüs 25.

Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.

Hierover zegt ze: “Het is lastig uitleggen, maar wanneer je de tekst echt begrijpt, dan besef je dat elke keer wanneer je iemand een knuffel geeft, je in werkelijkheid Jezus aanraakt.”

Kracht in gebed
Het werk dat ze deed was lang niet altijd gemakkelijk. Ze was getuige van een heleboel ellende en pijn. Ook heeft ze zelf jaren van eenzaamheid gekend, waarin ze zich zelfs door God, naar wie haar diepste verlangen uitging, verlaten voelde. Wat ze deed kon ze dan ook alleen maar volhouden door elke dag de nodige tijd aan persoonlijk en gemeenschappelijk gebed te besteden. Als Moeder Teresa in 1997 overlijdt, geeft ze het stokje door aan zuster Nirmala, die het prachtige erfgoed dat Moeder Teresa heeft achtergelaten voort zal zetten.

“Calcutta is overal ter wereld te vinden, als je maar ogen hebt om te zien.
De ongewenste, de ongeliefde, de onverzorgde, de eenzame.”
Quote moeder Teresa

Dit artikel geschreven door: Lotta Lorier

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *